Histolith Antik Lasur

Als decoratieve laseerafwerking binnen en buiten toe te passen.

Toepassing

Histolith® Antik-Lasur is een laseerconcentraat voor het maken van decoratieve afwerkingen volgens historisch voorbeeld.
Ook als laserende afwerking op natuursteen geschikt.

Eigenschappen

  • zeer goed weerbestendig
  • waterafstotend, w-waarde = 0,05 kg/m²√h
  • hoog waterdampdoorlatend, µd-waarde < 0,01 m
  • laat kooldioxide zeer goed door

Materiaalbasis

Kaliwaterglas met organische toevoegingen volgens DIN 18 363 Abs. 2.4.1

Verpakking

5 en 10 liter

Kleur

Transparant wit

Histolith® Antik Lasur is in transparante kleuren te maken volgens het ColorExpress-systeem met anorganische kleurpasta's.  Zelf op kleur te maken met Histolith® Volltonfarben of met op kleur gemaakte Sylitol Finish 130 (max. 30 % toevoegen).
De kleur en het gewenste laseer-effect vaststellen d.m.v. proef.

Glansgraad

Mat

Opslag

Koel maar vorstvrij.
Materiaal uitsluitend in de originele verpakking bewaren.

Soortelijke massa

ca. 1,0 g/cm³

Toepassing conform technisch informatieblad nr. 606

binnen 1 binnen 2 binnen 3 buiten 1 buiten 2
+ + + + +
(–) niet geschikt / (○) beperkt geschikt / (+) geschikt

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting
verminderen.

Voorbereiding van de ondergrond

Ondergronden Buiten

Nieuw pleisterwerk mortelgroep PI, PII en PIII / minimale drukvastheid volgens DIN EN 998-1 is 1N/mm2:
Voor het schilderen minimaal 7 dagen wachttijd aanhouden.
Sinterhuid met Histolith® Fluat verwijderen. 

Oud, onbehandeld pleisterwerk mortelgroep PI, PII en PIII / minimale drukvastheid volgens DIN EN 998-1 is 1N/mm2 en oude minerale verflagen:
Oppervlak goed schoonmaken. Slechthechtende lagen verwijderen. Een voorstrijklaag aanbrengen met Sylitol-Konzentrat 111, 2 : 1 tot 1 : 1 met water verdund.

Reparaties:
Let op dat bij het repareren van open scheuren en beschadigd pleisterwerk de sterkte van de
reparatiemortel overeenkomt met de sterkte en de structuur van het bestaande pleisterwerk.
Oude reparaties met Histolith® Fluat instrijken en nawassen.

Natuursteen:
Natuursteen moet vast, droog en vrij zijn van uitbloeiingen. Aan het oppervlak verweerde natuursteen voor het schilderen meerdere keren behandelen met kiezelzuurester. Vervuilde natuursteen door waterstralen reinigen. Reparaties met speciaal natuursteenreparatiemateriaal uitvoeren. De reparatie moet goed zijn uitgehard en moet worden gefluateerd. Altijd nawassen met schoon water.

Let op:
Natuursteen kan in wateroplosbare inhoudsstoffen bevatten, deze kan verkleuring van de verflaag geven.

Oppervlakken met schimmel of algenaangroei:
Oppervlak volgens voorschrift van de fabrikant behandelen met een toegelaten reinigingsmiddel.

Ondergronden binnen

Nieuw pleisterwerk mortelgroep PI, PII en PIII / minimale drukvastheid volgens DIN EN 998-1 is 1N/mm2:
Voor het schilderen minimaal 2 tot 4 weken dagen wachttijd aanhouden.
Sinterhuid met Histolith® Fluat verwijderen. 

Gipspleisterwerk / minimale drukvastheidvolgens DIN EN 998-1 is 2N/mm2:
Op harde, gipshoudende pleisters en reparaties een voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer.
Nadat de voorstrijklaag volledig droog is een tussenlaag aanbrengen met CapaSil Primer.

Gipsplaten:
Spaanslagen door schuren verwijdern. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer. Platen met verkleurende inhoudsstoffen voorstrijken met IsoGrund Ultra.

Gipsbouwplaten:
Een grondlaag aanbrengen met CapaSil Primer.

Beton:
Vuil, olie, bekistingsmiddelen en vetresten verwijderen. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer.

Beton:
Eventueel aanwezige resten van ontkistingsmiddelen verwijderen.

Goed hechtende, matte dispersieverflagen:
Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer.

Lijmverflagen:
Lijmverflagen volledig wegwassen. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaTex Fix en een tussenlaag met CapaSil Primer.

Oppervlakken met schimmel:
Schimmel verwijderen en de ondergrond reinigen met een toegelaten middel, volgens voorschrift van de fabrikant. De ondergrond voldoende laten drogen.

Verwerkingsmethode

Afhankelijk van het laseereffect met blokwitter, kwast, natuurspons of doek (lappen).

Opbouw van het verfsysteem

Het materiaal uitsluitend op kleur gemaakt verwerken.

Laseerafwerking op natuursteen:
Grond-, tussen- afwerklaag instellen op de gewenste transparantie met max. 10 % Sylitol-Konzentrat 111, 2 : 1 met water verdund.

Decoratief laseereffect op gevels:
Sterk en ongelijkmatig zuigende en aan het oppervlak zandende minerale oppervlakken met Sylitol-Konzentrat 111 voorstrijken, 2 : 1 tot 1 : 1 met water verdund, afhankelijk van de zuiging van de ondergrond.
Een dekkende grond- of tussenlaag aanbrengen in wit of lichte kleur, afgestemd op de laseerkleur, met Sylitol Compact of Sylitol Finish 130, afhankelijk van de gewenste structuur.

Afwerken in het gewenste laseereffect in 1 tot 3 verflagen. Laseereffect instellen met max. 10 % Sylitol-Konzentrat 111, 2 : 1 met water verdund.

Decoratief laseereffect op wanden binnen:

Sterk en ongelijkmatig zuigende en aan het oppervlak zandende minerale oppervlakken met Sylitol-Konzentrat 111 voorstrijken, 2 : 1 tot 1 : 1 met water verdund, afhankelijk van de zuiging van de ondergrond. 
Een dekkende grond- of tussenlaag aanbrengen in wit of lichte kleur, afgestemd op de laseerkleur, met Putzgrund 610 of CapaSil Primer, afhankelijk van de gewenste structuur.

Afwerken in het gewenste laseereffect in 1 tot 3 verflagen. Laseereffect instellen met max. 10 % Sylitol-Konzentrat 111, 2 : 1 met water verdund.

Verbruik

Op een gladde ondergrond ca. 80-100 ml/m² per laag. Op een ruwe ondergrond naar verhouding meer.
Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 8 °C voor ondergrond en omgeving tijdens verwerking en droogfase.

Droogtijd

Bij 20 °C en 65% relatieve luchtvochtigheid na 12 uur over te schilderen. Na 24 uur door regen te belasten.
Lagere temperaturen en hogere luchtvochtigheid verlengen de droogtijd. 

Reinigen gereedschap

Direct na gebruik met water reinigen.

Attentie

Om aanzetten te voorkomen voldoende personeel inzetten en nat-in-nat werken. Niet verwerken bij een hoge luchtvochtigheid, directe bestraling door de zon, bij regen, mist of sterke
wind. Voorzichtig bij kans op nachtvorst. Niet geschikt zijn ondergronden met zoutuitbloeiingen,
lakverflagen, kunststof en hout. Niet geschikt voor horizontale vlakken waarop water blijft staan. Op vlakken met weing afschot moet een goede waterafvoer aanwezig zijn.


Voorzorgsmaatregelen:
Omgeving van de te behandelen oppervlakken zorgvuldig afdekken; vooral glas, keramiek, lakwerk, straatstenen, natuursteen en metalen. Spatten onmiddellijk afspoelen met veel water. Bij sterke wind, vooral bij verwerking met roller of spuit, dekkleden aan de steiger bevestigen.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.

Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

EU-grenswaarde VOS

De grenswaarde van dit product (cat. A/a) is max. 40 g/l (2010). Dit product bevat max. 10 g/l VOS.

Technisch advies

Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.

Servicecentrum

DAW NEDERLAND B.V.

Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl

Kijk ook op www.dawnederland.nl

Nederlands Scheepvaartmuseum

Lichttoren