TopLasur NQG

Gebruiksklare muurverf voor een laserende afwerking.
Binnen en buiten toe te passen.

Toepassing

TopLasur NQG is een laserende muurverf voor toepassing binnen en buiten op draagkrachtige en gestructureerde verflagen en (sier)pleisters. Binnen toe te passen op MultiStructur Style. Uitstekend geschikte om verweerd natuursteen weer egaal te kleuren en te beschermen tegen weersinvloeden.

Eigenschappen

  • snelle droging ondergrond na regen en condensvocht
  • bestand tegen weersinvloeden
  • zeer goed waterdampopen
  • CO2 doorlatend
  • transparant, op kleur te brengen
  • hecht goed op minerale oppervlakken
  • milieuvriendelijk

Materiaalbasis

Silicaat / organisch hybride bindmiddel

Verpakking

10 liter

Kleur

Wit-transparant.
 
TopLasur NQG is op kleur te brengen met max. 20% AmphiSilan Vollton- en Abtönfarben. Benodigde hoeveelheid in één keer mengen.

Volgens het ColorExpress-systeem op kleur te brengen. Kleur voor gebruik testen. Op één gevel of aansluitende gevels steeds materiaal met hetzelfde chargenummer verwerken. De kleur en het laserende effect door middel van een proef op het object testen.

TopLasur NQG wordt met lichtechte, anorganische pigmenten op kleur gemaakt. In combinatie met het NQG-hybridebindmiddel wordt zeer kleurvaste afwerking verkregen.

Kleurvast conform BSF nr. 26:
Klasse: A
Groep: 1

Glansgraad

Zijdemat, G2

Opslag

Koel maar vorstvrij.
Aangebroken emmer goed gesloten bewaren. Ca. 12 maanden houdbaar.

Technische eigenschappen

Bij materiaal op kleur kunnen de technische gegevens afwijken.

Soortelijke massa

ca. 1,1 g/cm3

Diffusie-equivalente luchtlaag Sd

 < 0,1 m (hoog), V1

Wateropname

(w-waarde): ca. 0,25 [kg/(m2· h0,5)] (gemiddeld) W2

Aanvullende producten

  • Sylitol® Minera
  • Sylitol® Compact
  • AmphiSilan Compact
  • MultiStructur Style

Toepassing conform technisch informatieblad nr. 606

binnen 1 binnen 2 binnen 3 buiten 1 buiten 2
+ + + +
(–) niet geschikt / (○) beperkt geschikt / (+) geschikt

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet schoon, droog, draagkrachtig en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen.

Voorbereiding van de ondergrond

BUITEN

Buitengevelisolatiesystemen die intact zijn met oppervlakken van dispersie-, siliconenhars- of kalkcement sierpleister 
(drukvastheid minimaal 1,5 N/mm² conform DIN EN 998-1)
Pleister volgens een geschikte methode reinigen. Bij reinigen met stoomstralen is het van belang dat de temperatuur niet hoger dan 60 °C en de druk max. 60 bar. is. Na het reinigen voldoende droogtijd aanhouden. Reparaties uitvoeren conform de voorschriften van de betreffende sierpleister.
 
Minerale pleisterlagen PII en P III (drukvastheid minimaal 1,5 N/mm² conform DIN EN 998-1)
Nieuwe pleisterlagen voldoende laten drogen, meestal 2 weken bij 20 °C en 65% rlv. Bij ongunstig weer een langere droogtijd aanhouden. Door voor te strijken met CapaGrund Universal verminderd het risico van kalkuitbloeiïngen.
 
Oud pleisterwerk: reparaties moet afgebonden en droog zijn. Grof poreuze, zuigende en licht zandende pleisters voorstrijken met CapaTex Fix. Sterk zandende, murwe pleisters voorstrijken met Dupa-grund, bij gevelisolatie met polystyreen als isolatieplaat voorstrijken met AmphiSilan-Putzfestiger.

Nieuwe silicaat sierpleister
Met Histolith Antik-Lasur behandelen.

Oude silicaatverflagen en sierpleisters
Goed hechtende lagen mechanisch of door middel van hogedruk waterstralen corform de plaatselijke voorschriften reinigen. Niet goed hechtende, verweerde verflagen geheel verwijderen door middel van schuren, borstelen, schrappen of hogedruk waterstralen. Bij nat reinigen de ondergrond voldoende laten drogen. Een voorstrijklaag aanbrengen met AmphiSilan-Putzfestiger

Cellenbeton met goed hechtende verflagen
Het oppervlak reinigen. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaGrund Universal. Bij niet goed hechtende verflagen het leveringsprogramma voor cellenbeton van Caparol raadplegen of contact opnemen met een medewerker van Caparol.

Beton
Reinigen volgens een geschikte methode, bijvoorbeeld mechanisch of door hogedrukwaterstralen. Op zwak zuigende of gladde ondergronden een grondlaag aanbrengen met CapaGrund Universal. Op grof poreuze, matig zuigende of zuigende oppervlakken een voorstrijklaag aanbrengen met CapaTex Fix. Poederende oppervlakken impregneren met Dupa-grund.

Cementgebonden houtvezelplaten
Vanwege de hoge alkaliteit van de platen en om kalkuitbloeiïngen te voorkomen de platen voorstrijken met Disbon 481 EP-Uniprimer. 
 
Bakstenen metselwerk
Voor toepassing buiten zijn alleen stenen van vorstbestendige kwaliteit zonder inwendige verontreinigingen geschikt. Het metsel- en voegwerk moet droog, vrij van zoutuitbloeiingen en scheuren zijn. Impregneren met Dupa-grund. Indien na de eerste gepigmenteerde laag bruinverkleuring optreedt de watervrije muurverf Duparol toepassen.
 
Dispersie- en siliconenharsverflagen, goed hechtend
Vuil en lichte verkrijting door hogedruk waterstralen grondig verwijderen, volgens plaatselijk voorschrift. Een voorstrijklaag aanbrengen met CapaGrund Universal.
Bij andere reinigingsmethoden (bijv. afwassen, afborstelen, afspuiuten) voorstrijken met Dupa-grund, bij gevelisolatie met polystyreen als isolatieplaat voorstrijken met AmphiSilan-Putzfestiger.
Dispersie- en siliconenharssierpleisters, goed hechtend
De pleisterlaag met een geschikte methode reinigen. In dien water wordt gebruikt het oppervlak eerst goed laten drogen.
 
Niet goed hechtende minerale verflagen
Volledig verwijderen door schuren, borstelen, schrapen of een andere geschikte methode. De oppervlakken vervolgens met hogedruk waterstralen of stoomstralen reinigen en goed laten drogen. Impregneren met Dupa-grund.

Niet goed hechtende dispersieverf-, siliconenharsverf-, siliconenharssierpleister- of dispersiesierpleisterlagen
De lagen geheel verwijderen door middel van een geschikte methode, bijvoorbeeld met een afbijtmiddel en reinigen door stoomstralen. De ondergrond goed laten drogen. Gladde of matig zuigende oppervlakken voorstrijken met CapaGrund Universal. Zuigende, zanderige of poederende oppervlakken impregneren met Dupa-grund.

Door roet of industriegassen aangetaste oppervlakken
Behandelen met de watervrije Duparol-muurverf.

Natuursteen

Voor toepassing buiten zijn alleen stenen van vorstbestendige kwaliteit, zonder inwendige
verontreinigingen geschikt. Het metsel- en voegwerk moet gaaf, droog en vrij zijn van
zoutuitbloeiingen. Natuursteen moet vast, droog en mag geen zoutuitbloeiïngen bevatten. Aan het oppervlak verweerde stenen behandelen met een kieselzuurester. Eventuele reparaties moet voldoende droog zijn en voor het schilderen deze fluateren.

Optrekkend vocht

Optrekkend vocht geeft schade aan de verflaag en mag niet aanwezig zijn.

Oppervlakken met zoutuitbloeiingen
Zoutuitbloeiingen droog afborstelen en verwijderen. Het oppervlak voorstrijken met Dupagrund. Bij het schilderen van oppervlakken met zoutuitbloeiingen kan geen garantie gegeven worden op een
duurzame hechting of het wegblijven van de uitbloeiingen.

Beschadigingen

Kleine oneffenheden in de ondergrond uitvlakken met Caparol Fassaden-Feinspachtel. Gaten tot 20 mm repareren met Histolith-Renovierspachtel. De gerepareerde delen voorstrijken.

BINNEN 

Minerale pleisterlagen (drukvastheid minimaal 1,5 N/mm² conform DIN EN 998-1)
Draagkrachtige, normaal zuigende pleister- lagen zonder voorbehandeling schilderen. Poreuze,
zanderige of zuigende pleisterlagen voorstrijken met CapaTex Fix.

Gips- en spuitpleisters 
(drukvastheid minimaal 2 N/mm² conform DIN EN 13279)
Voorstrijken met CapaSil Primer. Eventueel op gipspleister aanwezige sinterhuid en scharen
afschuren. Het oppervlak stofvrij maken en voorstrijken met CapaTex Fix.

Gipsbouwplaten
Zuigende platen impregneren met CapaTex Fix. Op sterk verdichte, gladde platen een
voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer.

Gipskartonplaten
Eventueel aanwezige scharen afslijpen. Het oppervlak stofvrij maken. Zachte gipsreparaties
voorstrijken met CapaTex Fix.
Voorstrijken met CapaSil Primer. Platen met in water oplosbare bestanddelen die
verkleuren impregneren met IsoGrund Ultra.

Beton
Eventueel aanwezige resten van ontkistingsmiddelen verwijderen.

Cellenbeton
Voorstrijken met CapaTex Fix.

Kalkzandstenen- of bakstenenmetselwerk
Zonder voorbehandeling schilderen.
Goed hechtende verflagen
Matte, matig zuigende oppervlakken zonder voorstrijken schilderen. Glanzende oppervlakken en
laklagen opruwen, reinigen en voorstrijken met CapaSil Primer.

Niet goed hechtende verflagen
Niet goed hechtende lak-, dispersieverf- of kunsthars-sierpleisterlagen geheel verwijderen. Op zwak
zuigende, gladde oppervlakken een voorstrijklaag aanbrengen met CapaSil Primer.
Op zuigende, zanderige of poreuze oppervlakken een voorstrijklaag aanbrengen met CapaTex Fix. Niet goed hechtende minerale verflagen mechanisch verwijderen en het oppervlak
stofvrij maken. Voorstrijken met CapaTex Fix.

Lijmverflagen
Lijmverflagen volledig wegwassen. Voorstrijken met CapaTex Fix.

Ongeschilderd rauhfaser-, reliëf of ander behang van papier of glasvezel
Zonder voorbehandeling schilderen.

Niet goed hechtend behang
Volledig verwijderen. Lijm en resten van grondpapier wegwassen. Impregneren met CapaTex Fix.

Oppervlakken met schimmel
Reinigen met een schimmeldodend preparaat, toegelaten door het CTGB. Oppervlak laten drogen en schilderen met Indeko-W of Fungitex-W van Caparol.

Oppervlakken met nicotine, water, roet of vet
Oppervlak reinigen met water waaraan een gebruikelijk schoonmaakmiddel is toegevoegd.
Voorstrijken met IsoGrund Ultra. Sterk vervuilde oppervlakken schilderen met IsoDeck of IsoDeck Ultra.

Kleine beschadigingen
Na de vereiste voorbehandeling kleine beschadigingen repareren met Akkordspachtel,
volgens verwerkingsvoorschrift. Indien nodig nogmaals voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Aanbrengen met geschikt gereedschap. Afhankelijk van het gewenste resultaat met kwast, stompe penseel, natuurspons of doeken. De keuze is afhankelijk van het gewenste eindresultaat.

Opbouw van het verfsysteem

Een tussenlaag aanbrengen met Sylitol-Minera, Sylitol® Compact, Amphisilan Compact of MultiStructur Style (uitsluitend binnen) met de kwast gestructureerd in wit of kleur afgestemd op de navolgende laseerkleur. De ondergrondkleur moet lichter zijn dan de laseerkleur. Ook sierpleisters zijn geschikt als tussenlaag. Gladde oppervlakken zijn niet zonder aanzetten te schilderen.
 
Het gewenste laseereffect in 1 tot 3 lagen aanbrengen met TopLasur NQG in de gewenste kleur. Tot max. 30% verdund met water kan de gewenste transparantie worden ingesteld. Afhankelijk van het gewenste eindresultaat kan nat-in-nat of na droging de volgende laag worden aangebracht. Om aanzetten te voorkomen op één vlak nat-in-nat en zonder onderbreking doorwerken.

Verbruik

Ca. 100-150 ml/m² per laag. Op zuigende en een ruwe ondergrond naar verhouding meer. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 8 °C voor omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.

Droogtijd

Tussen de lagen in minimaal 12 uur aanhouden. Lagere temperaturen en hogere luchtvochtigheid verlengen de droogtijd. Bij toepassing binnen voor voldoende ventilatie zorgen.

Reinigen gereedschap

Direct na gebruik met water reinigen. Gereedschap tijdens werkonderbreking in de verf of onder water bewaren.

Attentie

Niet verwerken bij een hoge luchtvochtigheid, directe bestraling door de zon, bij regen, mist of sterke wind. Voorzichtig bij kans op nachtvorst. Steigers afdekken met zeilen. Niet geschikt voor horizontale vlakken waarop water blijft staan.
 
Geveloppervlakken die lang nat blijven of langdurig door vocht worden belast hebben een verhoogd risico op schimmel- en/of algenaangroei. In voorkomende gevallen adviseren wij u ThermoSan of Amphibolin-W toe te passen.
Bij donkere kleuren kan door mechanische belasting (krassen) lichte strepen, zgn. "schrijfeffect" ontstaan. Dit komt voor bij alle matte muurverven en gaat door vocht, bijv. regen, weer weg.
 
Bij zeer dichte, koude oppervlakken of bij een trage droging van de verflaag door weersomstandigheden kunnen bij vochtbelasting (regen, mist, dauw) bepaalde hulpstoffen uit de verf aan het oppervlak een geel-transparant, licht glanzende en kleverige streepvorming geven. Deze afzetting van de hulpstoffen is in water oplosbaar en zal na enkele regenbuien vanzelf weer verdwijnen. De kwaliteit van de verflaag wordt hierdoor niet nadelig beïnvloed. Moet de verflaag met deze streepvorming geschilderd worden, dan deze geheel verwijderen met water en een spons. Een extra grondlaag met CapaGrund Universal is dan noodzakelijk. Onder normale (droog)omstandigheden zal deze streepvorming niet voorkomen.
 
Bijwerken is bij laseertechnieken niet mogelijk.
 
Mengen met andere materialen
Om de specifieke eigenschappen van te behouden de TopLasur NQG niet mengen met andere verfproducten.
 
Voorzorgsmaatregelen
Omgeving van de te behandelen oppervlakken zorgvuldig afdekken; vooral glas, keramiek, lakwerk, straatstenen, natuursteen en metalen. Spatten onmiddellijk afspoelen met veel water. Bij sterke wind, vooral bij verwerking met roller, dekkleden aan de steiger bevestigen.
 
Bouwkundige voorzieningen
Uitspringende bouwdelen, zoals waterslagen, daklijsten, vensterbanken etc. moeten aan de bovenzijde goed worden afgedicht en voldoende overstek hebben om vochtindringing en/of sterke vervuiling te voorkomen.
 
Zoutuitbloeiingen
Bij het schilderen van oppervlakken met zoutuitbloeiingen en/of vochtopeenhoping kan geen garantie worden gegeven voor een duurzame hechting dan wel voor het wegblijven van zoutuitbloeiingen.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.

Bevat: 1,2-benzisothiazol-3(2H)-on, 2-methyl-2H-isothiazol-3-on. Kan een allergische reactie veroorzaken.

Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

EU-grenswaarde VOS

De grenswaarde voor dit product (cat. A/a) is max. 30 g/l (2010). Dit product bevat max. 30 g/l VOS.

Inhoudstoffen

Hybride-bindmiddel (organo-silicaat/acrylaat), silicaat, water, testbenzine, additieven, busconserveermiddel (methyl-/benzisothiazolinon).

Technisch advies

Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.

Servicecentrum

DAW NEDERLAND B.V.

Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl

Kijk ook op www.dawnederland.nl