Dalmatiner-Fassadendämmplatte S 024

Dalmatiner gevelisolatieplaten voor het systeem CARBON S

Toepassing

Gevelisolatieplaat voor gelijmde als mede voor gelijmde in combinatie met pluggen, systemen die met een sierpleister worden afgewerkt.

Eigenschappen

  • geen schittering van het oppervlak
  • vormvast, te schuren
  • ongevoelig voor thermische veranderingen
  • bouwstofklasse B2 (DIN 4102), E volgens (DIN EN 13501)
  • in systeem en met constructieve brandwerende voorzieningen moeilijk brandbaar tot 20 cm plaatdikte
  • kwaliteitscontrole door het Forschungsinstitut für Wärmeschutz e. V. München
  • kwaliteitsbescherming gem. BFA QS
  • voldoet aan EnEV met een plaatdikte van 10 cm
  • verouderd niet, krimpvrij
  • bevat geen FCKW, HFCKW
  • houdt electrosmog/radiofrequente straling tegen

Kleur

EPS: grijs/wit gespikkelt
PUR: geel

Opslag

Droog opslaan. Tegen vocht en zonnestralen beschermen. Niet over een langere tijd aan UV-licht blootstellen.

Technische eigenschappen

Bescherming tegen radiofrequente straling: ≥ 30 dB (500 MHz tot 18 GHz)

Warmtegeleiding

0,024 / 0,025 (W/m·K) afhankelijk van de dikte (zie tabel)

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

Dampdicht

Treksterkte

≥ 40 kPa

Schuifsterkte

≥ 80 kPa

Stortgewicht

35 - 41 kg/m³ totaal

Product-nr.

Dikte plaat (mm) Afmeting isolatieplaat: 800 x 600 mm
Product-nr.
zijkant: stomp
Isolatiewaarde Verpakking (m2)
in krimpfolie
60 024/06 0,025 3,84
80 024/08 0,025 2,88
100 024/10 0,024 2,40
120 024/12 0,024 1,92
140 024/14 0,024 1,44
160 024/16 0,024 1,44
180 024/18 0,024 0,96
200 024/20 0,024 0,96
220 024/22 0,024 0,96
240 024/24 0,024 0,96
Speciale dikten op aanvraag

Geschikte ondergronden

Minerale ondergronden, goed hechtende pleister- en verflagen, cementgebonden vezelplaten en
andere draagkrachtige, gladde ondergronden.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond moet draagkrachtig, schoon, droog en en vrij van stoffen die de hechting verminderen.
Slecht hechtende en bladderende verflagen en sierpleisters verwijderen. Losse delen verwijderen en
holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zanderige ondergronden tot op de vaste
ondergrond schoonmaken en met Sylitol- Konzentrat 111 voorstrijken.

Verwerkingsmethode

Handmatig aanbrengen van de lijmlaag
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3
handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. De lijm
dusdanig aanbrengen dat 40% of meer van het oppervlak wordt bedekt.

Op gladde, egale ondergronden mag de lijmlaag over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De lijmlaag met een getande spaan doorkammen.

Machinaal aanbrengen van de lijmlaag

Met de tot het systeem behorende lijm en geschikte spuitmachine op de ondergrond horizontaal
worststrepen lijm spuiten (lijmcontact moet ≥60% zijn). De worststreep lijm moet ca. 6,0 cm breed zijn en minimaal 10 mm dik. De asafstand tussen de worststrepen mag niet meer zijn dan 10 cm. De
isolatieplaat direct in de nog natte lijmlaag aanbrengen door schuiven en goed aandrukken. Er mag
geen droge laag gevormd zijn op de lijmlaag.

De isolatieplaten in steensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen
lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Indien er ruimte tussen de platen ontstaat, maximaal 0,5
cm breed, deze opvullen met Capatect-Füllsschaum B1.
Niveauverschillen tussen de platen onderling moeten voorkomen worden. 

Aanbrengen isolatieplaten

Op buitenhoeken of bij neggekanten moet op de achterkant van de overstaande isolatieplaat over de breedte van de aansluitende isolatieplaat het EPS 1 cm dik incl. de aluminiumlaag ingesneden en afgepeld (verwijderd) worden. Het vrijgekomen polyurethaan bijv. op de hoeken van het gebouw, moet snel met mortel of met Putzgrund 610 afgedekt worden.

Bij bruinachtige verkleuringen van de PUR moet deze voor het aanbrengen van de wapeningslaag zorgvuldig geschuurd worden. Als alternatief kunnen de isolatieplaten op hoeken ook in verstek gesneden worden. Hierbij hoeft de EPS-laag niet verwijderd te worden.

Bij een overgang naar een andere ondergrond of bij voegen moet de isolatieplaat minimaal 10 cm overlappend worden aangebracht. 
Het snijden van de isolatieplaten gebeurd met bijv. de Isoboy Optima (zaag/snijtoestel met dubbele electrische steekzaag) of met Isoboy M 90° (zaag/snijtoestel met zaag). Snijden met hete draad is niet mogelijk.
Het aanbrengen van de pluggen gebeurt op het oppervlak en in de voeg van de isolatieplaat met de Capatect-Universaldübel 053. Altijd een minimum verbruik van 4 pluggen per m² aanhouden. Pluggen zodanig aanbrengen dat deze gelijk ligt met het plaatoppervlak. Voor meer informatie over het aantal pluggen de richtlijnen van het Dübel Kompendium raadplegen.

Verbruik

1 m2/m2

Verwerkingsomstandigheden

Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur niet lager dan 5 °C en hoger dan 30 °C zijn.
Bij schuren van de polyurethaan (bijv. bij hoeken) adviseren wij het dragen van een veiligheidsbril.
De isolatieplaat mag niet in contact komen met oplosmiddelen.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Servicecentrum

DAW NEDERLAND B.V.

Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl

Kijk ook op www.dawnederland.nl

Particuliere woning 's Gravenzande

Caparol Newsletter - Altijd op de hoogte van het laatste nieuws.

Vanaf nu kunt u zich laten informeren over alle actuele thema's via onze digitale Caparol newsletter! Productinnovaties, beursinformatie, wetenswaardigheden en nog veel meer uit de wereld van Caparol krijgt u direct in uw inbox.

Uw gegevens

Ja, ich wil vanaf nu de gratis Caparol-Newsletter ontvangen. Ik kan mijn aanmelding te allen tijde stopzetten d.m.v. de link onder de nieuwsbrief.

* Verplichte velden