Capatect ArmaReno 700

Minerale poedermortel voor het lijmen van isolatieplaten, wapeningspleister en het renoveren van wapeningspleisters.

Toepassing

Kwalitatief uitstekende "allround”-mortel, te gebruiken als:
lijm voor isolatieplaten bij de Capatect-systemen
wapeningspleister (grondpleister) bij de Capatect-systemen
renovatiemortel van oude, draagkrachtige pleisterlagen
hechtmortel (dunne laag), voor bijv. glad beton en diverse plaatmaterialen
glad te vilten pleister (niet op basement met spatwater).

Eigenschappen

  • poedermortel op minerale basis
  • niet brandbaar resp. moeilijk brandbaar afhankelijk van het isolatiesysteem
  • weerbestendig
  • waterwerend volgens DIN EN 1067
  • zeer waterdampdoorlatend
  • extreem spanningsarm door toevoeging van vezels
  • gemakkelijk te verwerken, zowel handmatig als machinaal
  • zeer goede silo- en machinedoorgang
  • laag blijft goed staan, krimpt nauwelijks
  • lange verwerkingstijd
  • met toevoegingen ter verbetering van de hydrofobering, verwerking en hechting

Verpakking

25 kg en 800 kg OneWay-container.

Kleur

Wit.

Opslag

Koel, droog en vorstvrij.
Als cement en kalkhoudende producten tegen vocht en direct zonlicht beschermen. Containers tijdens langere pauzes (winterstop) geheel legen. In originele, gesloten verpakking ca. 12 maanden te bewaren.

Soortelijke massa

ca. 1,5 kg/dm3

Warmtegeleiding

0,78 W/m•K

Diffusie-equivalente luchtlaag Sd

ca. 0,05 m conform DIN EN 7783 – bij opgegeven laagdikte.

Drukvastheid

5,3 N/mm2

Wateropnamecoëfficiënt

≤ 0,1 kg/(m2 · h0,5) conform DIN EN 1062 – klasse W3 (laag)

Hechttreksterkte op polystyreenplaat

≥ 0,08 N/mm2

Product-nr.

700

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet vast, schoon, droog en draagkrachtig zijn en vrij van stoffen die de aanhechting kunnen verminderen.

Voorbereiding van de ondergrond

Vensterbanken en dergelijke afplakken. Glas, keramiek, natuursteen, gelakte en geëloxeerde vlakken zorgvuldig afdekken.

Het lijmen van de isolatieplaten:
De ondergrond moet draagkrachtig zijn en de volgens het systeem vereiste hechttreksterkte hebben. Bij oude verflagen de hechting testen en altijd pluggen aanbrengen.

Wapeningspleister:
Aanwezige uitvullingen en ongelijkmatigheden van de polystyreen-isolatieplaten glad schuren en stofvrij maken.

Renovatiemortel:
Minerale pleisters reinigen. Licht zandend oppervlak reinigen en voorstrijken met Sylitol-Konzentrat 111.
Oude, goed hechtende en niet krijtende verflagen reinigen, bijvoorbeeld door hogedruk-waterstralen.
Oude, niet goed hechtende verflagen geheel verwijderen. Vlakken met scheuren kunnen uitsluitend behandeld worden wanneer er geenscheurbewegingen meer aanwezig is.

Hechtmortel (dunne laag):
Betonnen oppervlakken reinigen. Bij plaatmaterialen de losse delen verwijderen en stofvrij maken.

Verwerkingsmethode

Het lijmen van de isolatieplaten
Polystyreen- en minerale wolplaten:
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand ongeveer 5 cm breed en 3 handpalmgrote dotten lijm in het midden) op het aanhechtingsvlak van de plaat aanbrengen. Het lijmcontact met het oppervlak moet meer zijn dan 40%. Bij minerale wolplaten de mortel eerst dun op het hechtvlaak aanbrengen scherp afmessen.

Lamellen minerale wolplaten:
Lijm over gehele oppervlak:
De lijm met een getande plekspaan op het hechtvlak van de plaat aan brengen en direct op de ondergrond verlijmen. De grofte van vertanding is afhankelijk van de soort ondergrond.

Lijm op gedeelte van het oppervlak:
De lijm machinaal op de ondergrond in wormvormige, verticale strepen aanbrengen (lijmoppervlak >50%). De lijmstrepen moeten ca. 5 cm breed en in het midden minstens 10 mm dik zijn. De as-afstand mag niet meer dan 10 cm bedragen. De isolatieplaten moeten onmiddellijk in het verse lijmbed gedrukt worden.

Oneffenheden tot ca. 1 cm kunnen met lijm worden weggewerkt. De isolatieplaten in halfsteensverband horizontaal en loodrecht aanbrengen en goed aandrukken. Geen lijm op de zijkant van de plaat aanbrengen. Na minimaal 48 uur verder werken.

Wapeningslaag
Na het aanbrengen van de hoekbescherming, raamaansluitingen en diagonaalweefsel op de hoeken van kozijnen de wapeningspleister op baanbreedte van het wapeningsweefsel op de isolatieplaat aanbrengen en Capatect-Gewebe 650/110 10 cm overlappend inbedden. Daarna nat-in-nat pleisteren, dusdanig dat het weefsel volledig bedekt wordt. De laagdikte bij polystyreenplaten moet ca. 3- 7 mm zijn, bij minerale wolplaten 4-7 mm.

Renovatiemortel
Afhankelijk van het object kan de Capatect ArmaReno 700 gebruikt worden voor:
plaatselijke reparaties
het egaliseren van oude sierpleisters
het pleisteren van muren, inbeddenvan weefsel wordt hierbij aanbevolen.
De verwerking kan zowel handmatig als machinaal.

Eindpleister
Afhankelijk van de zuiging van de ondergrond en de weersomstandigheden bij verwerking moet eventueel een grondlaag met Sylitol-Konzentrat 111 aangebracht worden.
Om een glad oppervlak te krijgen moet Capatect ArmaReno 700 in ca. 2 tot 3 mm laagdikte aangebracht worden.
Tijdens het drogen het oppervlak met een natte vilt- of sponsbord glad maken.
Tip:
Wanneer een isolatiesysteem met Capatect - MW-Fassaden­dämm­platten 119, Capatect - MW-Fassaden­­dämm­­platte 149 EXTRA, Capatect MW-Fassadendämmplatte 151 EXTRA, Capatect LS-Fas­­­saden­­dämmplatten VB 101 of geëlastificeerde Capatect-PS-isolatieplaten glad wordt afgewerkt, moet naast de wapeningslaag ook de eindpleister gewapend zijn. Als eindpleister eerst een 2 tot 3 mm dikke laag Capatect ArmaReno 700 aanbrengen en hier het Capatect 650 weefsel indrukken. Na het aandrogen van deze laag nogmaals 2 –3 mm laagdikte aanbrengen en na verloop van enige tijd gladvilten.

Er kunnen na het gladvilten, door bindmiddel aan het oppervlakte (sinterlaag), fijne krimpscheurtjes ontstaan. Dit beïnvloed de beschermende werking niet.
Nieuw pleisterwerk voldoende laten drogen, ca. 2 tot 4 weken. Door voor te strijken met CapaGrund Universal verminderd de kans op kalkuitbloeiïngen.
Per millimeter laagdikte een afbindtijd van één dag aanhouden alvorens ThermoSan of AmphiSilan in twee lagen aangebracht kan worden.

Dunne hechtmortel
Op beton en plaatmaterialen de Capatect ArmaReno 700 minstens in 5 mm laagdikte aanbrengen en opruwen met een veger. Afbindtijd is ca. één dag per mm laagdikte, pas daarna de volgende laag aanbrengen.

Verbruik

Lijm:
polystyreen ca. 3,5 – 4,5 kg/m²
minerale wol ca. 4,0 – 5,0 kg/m²

Wapeningslaag:
ca. 1,3 – 1,5 kg/m²/mm

Renovatiemortel en hechtingspleister:
ca. 1,3 – 1,5 kg/m²/mm

Gevilte pleister:
ca. 4,0 – 4,5 kg/m² bij 3 mm laagdikte.

De verbruikswaarden zijn richtgetallen en afhankelijk van object of verwerking.
Nauwkeurig verbruik door middel van een proef op het object vaststellen.

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 5 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.
Niet bij directe zonnestralen, bij harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid verwerken.

Droogtijd

Bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid is de wapeningspleister na ca. 24 uur oppervlaktedroog.

Reinigen gereedschap

Na gebruik reinigen met water.

Gereedmaken van het materiaal

Capatect ArmaReno 700 kan met vrijwel alle doorloopmengers, wormpompen en pleistermachines verwerkt worden. Ook handmatig met een krachtig, langzaam draaiend roerwerk aan te maken. Meng met zuiver, koud water tot een homogene massa ontstaat. Het gemengde materiaal ca. 5 minuten laten opstijven en nogmaals kort roeren. Indien nodig de consistentie na opstijven met water aanpassen.
Benodigde hoeveelheid water ca. 5-6 l per zak van 25 kg. Niet meer materiaal aanmaken dan in twee uur verwerkt kan worden.
 
Afhankelijk van de weersomstandigheden bedraagt de verwerkingstijd van het handmatig gemengd materiaal max. 2 uur, bij machinale verwerking max. 60 minuten. Ingedikt materiaal niet meer aanlengen.

Voorbeeld machineuitrusting

Capatect OneWay-Box poeder met doorloopmenger Capa-M.
Doorloopmenger Berö Calypso 15 met standaarddoserings en pomp Berö Speedy 15 met wormdeel 1/1 vermogen.

Belangrijk:

Volg de gebruiksaanwijzing van de machinefabrikant!
Elektrische aansluiting:
400 V wisselstroom/16 A (bouwstroomverdeler met veiligheid-schakelaar)
Wateraansluiting:
Slang ¾” met GEKA, waterdruk bij een werkende machine minimaal 2,5 bar
Watercapaciteit:
Ca. 330 l/ uur en moet te regelen zijn.
Slang:
Beginslang, diameter binnenzijde 35 mm tot 13,3 meter
Eindslang, diameter binnenzijde 25 mm tot 10,0 meter
Slanglengte:
max. ca. 50 m afhankelijk vanobject en temperatuur
Spuitappartuur:
Spuitopening 10 mm De slang voor ingebruikname doorspoelen met een kalkschlämme of vettige substantie.

Attentie

Tijdens applicatie en droogfase de ondergrond tegen regen beschermen. Plaats eventueel beschermende afdekmateriaal en de steigers.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik

Bevat: cement, Portlandcement en chemicaliën.

Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

Giscode

ZP1

Technisch advies

Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.

Toelating

Z-33.41-130
Z-33.42-131
Z-33.43-132
Z-33.47-859
Z-33.49-1071
ETA-10/0436
ETA-10/0160

CE-normering
Het CE-logo wordt conform EN 998-1 en EN 15824 op de verpakking aangegeven en het
informatieblad is via www.dawcoatings.nl de downloaden.

Servicecentrum

DAW NEDERLAND B.V.

Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl

Kijk ook op www.dawnederland.nl