Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid

Met water te verdunnen epoxyharscoating voor wanden en vloeren binnen met een gemiddelde belastingen.
Twee componenten (2K).

Toepassing

Vloeren:
Geschikt voor minerale vloeroppervlakken en gietasfaltvloeren, binnen. Bescherming van het oppervlak van vloeren, zoals in wachtkamers en kantines, verwarmingscentrales, opslagruimten, archieven, gangen, magazijnen, noodtrappen en vluchtwegen. Niet geschikt voor vloeren waarop water blijft staan.
Als tussenlaag toe te passen in het Disboxid ArteFloor-systeem.
 
Wanden:
Bijzonder geschikt voor wanden die belast worden door chemicaliën, desinfecteermiddelen en vocht, zoals in ziekenhuizen, luchtkanalen, laboratoria en productieruimten in de levens- en voedingsmiddelenindustrie.
Als tussen- en afwerklaag op glasweefsel en Capaver AkkordVlies-Z.

Eigenschappen

  • bestand tegen desinfecteermiddelen
  • decontamineerbaar conform DIN 25 415
  • dampdiffusieopen
  • minimale emissie, TÜV-getest op schadelijke stoffen
  • toegelaten door Deutschen Institut für Bautechnik
Getest conform AgBB-testcriteria van de emmissie van VOS uit bouwmaterialen voor toepassing binnen. De beoordeling van de AgBB (Ausschuß zur ge­sund­heit­lichen Bewertung von Bauprodukten) wordt door milieu- en gezondheids-instanties voor het toepassen van bouwmaterialen in sensibele (gevoelige) ruimten zoals bijv. dagverblijven als norm gesteld.

Materiaalbasis

Waterhoudende 2K-epoxyhars

Verpakking

  • Standaard:
    5 kg kunststof-combi-verpakking
  • ColorExpress:
    5 kg en 10 kg kunststof-combi-verpakking
  • kleur af fabriek 10 kg, 40 kg, 

Kleur

  • Standaard:
    5 kg verpakking: Kieselgrau
  • ColorExpress: 
    Via ColorExpress in meer dan 21.000 kleuren te leveren. Afhankelijk van de gekozen kleur met basis 1, basis 2 of ba­sis 3 op de ColorExpress-kleurenmengmachine op kleur te maken.


Kleine kleurveranderingen en een lichte verkrijting zijn mogelijk door UV-stralen en weersinvloeden. Organische kleurstoffen zoals in koffie, rode wijn of bladeren en verschillende chemicaliën (desinfecteermiddelen, zuren e.d.) kunnen tot kleurveranderingen leiden. Slepen met goederen kan krassen veroorzaken. Dit beïnvloed de functie van de coating niet. Bij heldere en donkere kleuren kan aan het oppervlak een tempera-effect (afgeven van het kleurpigment) ontstaan. In voorkomende gevallen een transparante toplaag aanbrengen.

Glansgraad

Zijdeglans

Opslag

Koel, droog en vorstvrij bewaren.
In gesloten verpakking 12 maanden houdbaar. Bij lage temperaturen het materiaal voor de verwerking bij 20 °C opslaan.

Soortelijke massa

ca. 1,4 g/cm3

Drogelaagdikte

ca. 35 µm/100 g/m2

Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)

ca. 40.000

Slijtage conform Taber (CS 10/1000 U/1000 g)

60 mg/30 cm2

Bestand tegen chemicaliën

Bestand tegen chemicaliën conform EN ISO 2812 bij 20 °C
na 7 dagen
Azijnzuur 5 % + (V)
Zoutzuur 10 % + (V)
Zwavelzuur ≤ 10 % + (V)
Citroenzuur 10 % +
Ammoniak 25 % (salmiakg.) +
Calciumhydroxide +
IJzerIII chloride-oplossing (verzadigd) + (V)
Lysoformoplossing 2 %ig +
Magnesiumchloride-oplossing 35 % +
Gedestilleerd water +
Keukenzoutoplossing (verzadigd) +
Terpentine +
Wasbenzine +
Stook- en dieselolie +
Coca-Cola + (V)
Koffie + (V)
Rode wijn + (V)
Koelvloeistof +
Verklaring van de tekens: + = bestand, (V) = verkleuring

Geschikte ondergronden

De ondergrond moet draagkrachtig, vormvast, schoon, droog en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen zoals: losse delen, stof, oliën, vetten, rubber en andere stoffen waarop geen hechting wordt verkregen.

Vloeren:
Minerale ondergronden zoals beton, dekvloeren van cement en anhydriet, gietasfalt binnen. 
Eventuele reparaties op hechting testen. Vloeren behandeld met een Curing Compount moeten intensief mechanisch worden geschuurd. Vooraf altijd een proefvlak maken om de hechting te testen.
De ondergrond moet een gemiddelde treksterkte hebben van tenminste 1,5 N/mm², waarvan de laagste waarde niet lager mag zijn dan 1,0 N/mm².
Vochtgehalte ondergrond:
Beton en cementdekvloer max. 4 gew.% (CM-methode)
Anhydriet max. 1,0 gew.%
Granietvloer 4-8 gew.%
Gietasfalt moet voldoen aan de hardheidsklasse IC 15 en mag onder de plaatselijk geldende omstandigheden en mechanische belasting niet vervormen.

Wanden:
Op wanden met glasvezelweefsels, Capaver AkkordVlies-Z, Disbofein 332 Spachtel, Disbocret 505 Feinspachtel en Caparol Akkordspachtel KF toe te passen. Op minerale ondergronden vooraf altijd een proefvlak maken om de hechting te testen. De ondergrond moet een gemiddelde treksterkte hebben van tenminste 0,8 N/mm², waarvan de laagste waarde niet lager mag zijn dan 0,5 N/mm².

Omdat geen dampdichte laag wordt verkregen moet in vochtige ruimten de ondergrond en/of de reparatie vochtbestendig zijn.

Andere soorten ondergronden laten adviseren door een technisch medewerker van DAW Nederland.

Voorbereiding van de ondergrond

De ondergrond naar de gestelde eisen volgens een geschikte methode reinigen zoals kogelstralen, frezen of diamantschuren tot het gewenste resultaat is bereikt.
Niet draagkrachtige, sterk vervuilde ondergronden door bijv. olie, vet, rubber moeten intensief mechanisch worden gereinigd. Olievlekken met een speciaal reiniger schoonmaken.

Bij gietasfalt moet toegevoegd materiaal na voorbehandeling voor minimaal 75% zichtbaar zijn.

1K-verflagen en slecht hechtende 2K-verflagen altijd geheel verwijderen. 

Harde 2K-verflagen reinigen, intensief schuren of mat stralen. Als alternatief het oppervlak matschuren en een hechtlaag aanbrengen met Disbon 481 EP-Uniprimer. Er mag geen vervuiling en/of resten van het schoonmaakmiddel op de oude coatinglaag meer aanwezig zijn. Is de oude coating dampdoorlatend, dan vooraf testen of de oude  en nieuwe coatinglaag nog voldoende dampdoorlatend is.

Reparaties uitvoeren met Disbocret PCC-Mörteln of met Disboxid EP-Spachtel.

Siliconenhoudende producten (bijv. kit) niet toepassen om een slechte hechting te voorkomen.

Gereedmaken van het materiaal

Harder toevoegen aan basismateriaal en met een langzaamdraaiend roerwerk
(max. 400 omw./min.) grondig mengen. Overgieten in een andere emmer en nogmaals grondig doorroeren.
Het materiaal mag voor de tussen- en afwerklaag niet verdund worden.

Indien het materiaal met ColorExpress op kleur wordt gemaakt de kleurpasta aan comp. A (massa) toevoegen en mengen. Binnen 5 dagen na het op kleur maken dient het materiaal te worden verwerkt. Vlak voor gebruik, massa en kleurpasta grondig mengen (oproeren), dan harder (comp. B) toevoegen en nogmaals grondig mengen. Het mengsel overgieten in een andere emmer en nogmaals grondig doorroeren.

Mengverhouding

Basis (A) : verharder (B) = 3 : 2 gew. delen.

Verwerkingsmethode

Disbopox 447 met kwast, roller (polyamide-roller, vezelhoogte 11 mm) of spuitapparatuur (Airless zonder filter, min. 50 bar, nozzle 0,015–0,017 inch, spuithoek 45° + na­rollen) aanbrengen.

Om een gelijkmatig oppervlak te verkrijgen zonder aanzetten voldoende personeel inzetten en altijd nat-in-nat werken. Bij verwerking met de roller het materiaal gelijkmatig aanbrengen (voorgeschreven materiaalverbruik aanhouden) en in een kruislaag narollen. Bij grote oppervlakken met meerdere mensen de coating aanbrengen en het oppervlak in vakken verdelen. Altijd materiaal van één charge gebruiken.

Extreme laagdikten in één arbeidsgang kan het uitharden nadelig beïnvloeden en onthechting geven.

Opbouw van het verfsysteem

Grondlaag
Op minerale ondergronden een grondlaag aanbrengen met Disbopox 443 EP-Imprägnierung. Het materiaal met een borstel goed in de poriën wrijven. 

Op gietasfalt een grondlaag aanbrengen met Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid, verdund met ca. 5-10% water. Mechanisch voorbehandelde minerale ondergronden kunnen met Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid, verdund met ca. 5-10% water, worden voorgestreken mits er voldoende draagkracht en zuiging aanwezig is.

Op matig zuigende ondergronden (Capaver Glasgewebe, Capaver AkkordVlies-Z, Disbofein 332 Spachtel, Disbocret 505 Feinspachtel, Caparol-Akkordspachtel KF) een grondlaag aanbengen met Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid, verdund met max. 5 % water.

Egalisatielaag
Om een ruwe ondergrond te egaliseren kan een egalisatielaag worden toegepast van:
Disbopox 453 Verlaufschicht: 100 gew.-delen 
Water: 2 gew.-delen 
Disboxid 942 Mischquarz: 20 gew.-delen 
Het materiaal op de gegronde ondergrond gieten, met een spaan gelijkmatig verdelen en scherp op de korrel afschrapen.

Tussen- en afwerklaag

Een tussen- en afwerklaag aanbrengen met Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid, onverdund. Bij slechtdekkende kleuren (bijv. geel, oranje, rood) kan het aanbrengen van meerdere lagen noodzakelijk zijn. Eventueel de grondlaag in een goed dekkende kleur aanbrengen.

Antislip afwerking
Aan de afwerklaag 4 gew. -% Disbon 947 SlideStop Fine toevoegen en grondig mengen. Bij een langere wachttijd het materiaal tussendoor doorroeren.
 
Decoratieve afwerking
Voor een decoratieve afwerking in de laatste, nog natte laag Disboxid 948 Color-Chips strooien en na drogen afwerken met Disbopur 458 PU-AquaSiegel, zonodig vermengd met 3 gew.% Disbon 947 Slidestop voor een antislipafwerking.

Verbruik

Grondlaag
Minerale ondergrond
Disbopox 443 EP-Imprägnierung
ca. 200 g/m2
Gietasfalt
Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid,
met 5-10 % water verdund
ca. 200 g/m2
Capaver Glasgewebe en Capadecor AkkordVlies-Z
Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid
met max. 5 % water verdund
ca. 120–200 g/m2
Egalisatielaag
Op een ruwe ondergrond:
Disbopox 453 Verlaufschicht 
Disboxid 942 Mischquarz
ca. 1.040–1.200 g/mm/m2 
ca. 210–240 g/mm/m2
Afwerklaag
Vloeren (R9)
Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid
ca. 200–250 g/m2 per laag
Vloer antislip (R10)
Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid
Disbon 947 SlideStop Fine
ca. 250 g/m²
ca. 10 g/m²
Wanden ca. 120–200 g/m2 per laag
Decoratieve afwerking vloeren
Chips-instrooien
Disboxid 948 Color-Chips
ca. 30 g/m2
Topafwerking (R9)
Disbopur 458 PU-AquaSiegel
ca. 130 g/m2
Topafwerking - antislip (R!!)
Disbopur 458 PU-AquaSiegel
Disbon 947 SlideStop Fine
ca. 130 g/m2
ca. 4 g/m2

Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op een object.
Alternatief Disbopox 447 E.MI Wasserepoxid, 5 - 10 % met water verdund
Bij contact met banden kan verkleuring optreden

Verwerkingstijd

Bij 20 °C en 60 % relatieve luchtvochtigheid ca. 90 minuten. Hogere tempera­turen verkorten, lagere verlengen de verwerkingstijd.

Tijdens het drogen en uitharden voor voldoende ventilatie zorgen. Tijdens het drogen verdampt het water uit de coating en doet de relatieve luchtvochtigheid stijgen. Tocht moet worden vermeden.
Let op: het einde van de ‘potlife’ is optisch niet herkenbaar. Het overschrijden ervan leidt tot verandering van kleur en glansgraad en vermindering van hechting op de ondergrond. 

Verwerkingsomstandigheden

Minimaal 10 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond.
De relatieve luchtvochtigheid mag niet meer dan 80% bedragen. De temperatuur van de ondergrond moet altijd minimaal 3 °C boven het dauwpunt liggen.

Wachttijd

De wachttijdtussen de lagen bij 20 °C minimaal 16 uur en maximaal 48 uur. Bij een langere wachttijd het oppervlak opruwen. Hogere temperaturen verkorten, lagere temperaturen verlengen de wachttijd.

Droogtijd

Bij 20 °C en 60% relatieve luchtvochtigheid te belopen na ca. 16 uur en na 7 dagen mechanisch en chemisch te belasten. Lagere temperaturen verlengen de droogtijd.

Tijdens het uitharden (ca. 24 uur bij 20 °C) de coating tegen vocht beschermen. De hechting en/of het eindresulaat kan nadelig beïnvloed worden.

Reinigen gereedschap

Direct na gebruik en bij langere onderbrekingen met water of warm zeepwater.

Certificaat

Testrapporten zijn op aanvraag te verkrijgen.

Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)

Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.

Bevat: 4,4'-Isopropylidendiphenol. Kan een allergische reactie veroorzaken.

Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.

Afval

Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.

EU-grenswaarde VOS

De grenswaarde van dit product (cat. A/j)is max. 140 g/l (2010). Dit product bevat max. 15 g/l VOS.

CE-markering

CE: DIS-447-001248 EN 13813:2002

Technisch advies

Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.

De verwerkings-, reinigings- en onderhoudsvoorschriften van Disbon toepassen.

Servicecentrum

DAW NEDERLAND B.V.

Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl

Kijk ook op www.dawnederland.nl

Radiotherapeutisch Centrum

Orthopedisch Kinderziekenhuis

Viaduct A15