Toepassing
Sierpleister conform DIN EN 15824, klaar voor gebruik, als afwerking op minerale- en organische ondergronden buiten. Toe te passen in Capatect gevelisolatiesystemen.Niet geschikt op ondergronden met zoutuitbloeiingen evenals ondergronden van kunststof of hout.
Eigenschappen
- gunstig materiaalverbruik
- bijzonder goed waterdampdoorlatend
- hoge kleurvastheid
- waterafstotend
- waterverdunbaar
- vrijwel ongevoelig voor aangroei van micro-organisme
Verpakking
Emmer van 20 kg (K15, K20, K30)Kleur
Wit en kleur.Levering in kleur af fabriek is mogelijk. Informeer naar de levertijden.
Met ColorExpress op kleur te maken.
Kleine hoeveelheden kunnen op kleur gebracht worden door CaparolColor- of Amphibolin-mengkleuren toe te voegen. Niet meer dan 2 % toevoegen omdat anders de sierpleister te dun wordt.
Vooraf de kleur controleren. Klachten over kleurverschil na verwerking worden niet geaccepteerd.
Materiaal van verschillende charges onderling mengen.
Op grote, aanééngesloten oppervlakken, altijd materiaal van de zelfde charge toepassen of
verschillende charges onderling mengen.
Opslag
Koel, maar vorstvrij bewaren. Voorkom grote temperatuurswisselingen.
Tegen direct zonlicht beschermen. Aangebroken verpakking goed gesloten bewaren.
In originele goed gesloten verpakking tenminste 12 maanden houdbaar.
Technische eigenschappen
Sierpleister voor toepassing buiten conform DIN EN 15824Soortelijke massa
ρ ≤ 1,3 g/cm³Waterdampdoorlaatbaarheid
Categorie V1 (hoog) volgens DIN EN 15824sd < 0,14 m volgens DIN EN ISO 77833
Hechttreksterkte
fH ≥ 0,3 MPa nach DIN EN 1542Brandreactie
Klasse A2-s1, d0 volgens DIN EN 13501-1 (onbrandbaar)Wateropnamecoëfficiënt
Categorie W3 (laag) volgens DIN EN 15824w ≤ 0,1 kg/(m2h1/2) volgens DIN EN 1062-3
Consistentie
pasteusMateriaalbasis
Silicaat-organo-hybride-dispersie en siliconenhars-emulsieProduct-nr.
628Attentie
Door gebruik van natuurlijke grondstoffen kunnen de aangegeven waarden per charge iets afwijken. Bij materiaal in kleur zijn geringe afwijkingen mogelijk.Neem de algemene voorwaarden voor het verwerken van gevelisolatieproducten in acht.
Geschikte ondergronden
- Mineraal pleisterwerk vanaf CS II volgens DIN EN 998-1 (drukvastheid min. 1,5 N/mm2) of vanaf PIc volgens DIN 18550
- Toe te passen als sierpleister in gevelisolatiesystemen, VHF en herstelwerkzaamheden
- Minerale ondergronden in gevelisolatiesystemen
De ondergrond moet draagkrachtig, glad, schoon, droog, vorstvrij en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen. Om kleurverschil te voorkomen moet de ondergrond gelijkmatig zuigen.
Voorbereiding van de ondergrond
Voor de voorbehandeling van de ondergrond raadpleeg het technisch informatieblad nr. 650 "Ondergronden en voorbehandelingen".
De volgende informatie is als voorbeeld bedoeld. De sierpleisterf wordt aangebracht na de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden. Maak vooraf een proefvlak om de geschiktheid te testen.
Bij het toepassen van sierpleister met een fijne korrel < 3 mm worden speciale eisen gesteld zoals bijv. een vlakke ondergrond en een voorstrijklaag.
Voor het aanbrengen van de sierpleister wordt voor een betere hechting op minerale ondergronden een voorstrijklaag met CapaGrund Universal geadviseerd, eventueel in kleur van de sierpleisterlaag. Bij een lange wachttijd (bijv. winterperiode) is het noodzakelijk dat de verweerde grondlaag wordt voorgestreken met CapaGrund Universal.
Beschermende maatregelen:
Glas, keramiek, natuursteen, lakwerk, geëloxeerde oppervlakken etc. zorgvuldig afdekken. Resten van sierpleister direct verwijderen.
Reinigen / voorstrijken ondergrond:
Vervuilde oppervlakken schoonmaken en slechthechtende (verf)lagen verwijderen. Afhankelijk van de toestand en soort ondergrond kan voorstrijken noodzakelijk zijn.
Wachttijd voordat verder gewerkt mag worden op nieuw pleisterwerk:
De aangegeven wachttijd heeft betrekking op 20° C en 65 % RLV en is tevens afhankelijk van de laagdikte. Bij lage temperaturen en een hoge luchtvochtigheid is de wachttijd langer. Voorbereiding van de ondergrond
- Wachttijd van organische sierpleister op nieuw mineraal pleisterwerk is min. 1 dag per mm laagdikte, echter altijd minstens 5 dagen.
- Wachttijd van organische sierpleister op nieuw organisch pleisterwerk is minstens 2 tot 3 dagen.
Oud mineraal pleisterwerk en beton:
Reparaties moeten voldoende droog en uitgehard zijn.
Ondergrond matig zuigend, glad: voorstrijken met CapaGrund Universal
Ondergrond grof poreus, zuigend, licht zanderig: voorstrijken met CapaTex Fix THIX of OptiSilan TiefGrund.
Ondergrond sterk zuigend en zanderig: voorstrijken met DupaFix Grund of OptiSilan TiefGrund.
Oude, pasteus matte ondergronden:
Matig zuigend: voorstrijken met CapaGrund Universal, evt. tot max 3 % met water verdund
Sterk zuigend, poederend, zanderig: voorstrijken met OptiSilan TiefGrund of DupaFix Grund.
Indien noodzakelijk een tussenlaag aanbrengen met Caparol PutzGrund 610.
Vraag bij twijfel advies bij de accountmanager van DAW Nederland in uw regio.
Materiaalbereiding
Sierpleister is klaar voor gebruik.
Eventueel met max. 2 % water op verwerkingsdikte brengen.
De totale inhoud van een emmer met een langzaamdraaiend roerwerk grondig doorroeren.
Verwerkingsmethode
De sierpleister met een plekspaan of machinaal over het gehele oppervlak aanbrengen en op korreldikte afschrapen. Direct daarna met een kunststoffen plekspaan de sierpleister structureren.
De keuze van het gereedschap bepaalt het eindresultaat. Structureer steeds door dezelfde persoon
en met hetzelfde gereedschap. Om aanzetten op grote oppervlakken te voorkomen moet
voldoende personeel zonder onderbreking nat-in-nat doorwerken.
Opbouw van het systeem
Als grond- of tussenlaag PutzGrund 610 toepassen. Zonodig de kleur van de PutzGrund afstemmen op de kleur van de sierpleister. PutzGrund 610 moet voldoende droog zijn om verder te kunnen werken.Capatect-WDVS
Nieuwe, minerale wapeningspleister:
- voorstrijken met PutzGrund 610.
Nieuwe, cementvrije wapeningspleister:
- voorstrijken is niet noodzakelijk.
- bij een lange wachttijd (winterperiode) de verweerde onderpleister voorstrijken met PutzGrund 610.
Pleisters uit pleistergroepen PII en PIII
Nieuwe pleisterlagen zijn na voldoende afbindtijd, normaal gesproken na 2 weken bij 20 °C en 65 % R.L.V., af te werken. Bij ongunstige weersomstandigheden, bijv. door invloed van wind of regen, moeten duidelijk langere afbindtijden gehanteerd worden. Een extra grondlaag met CapaGrund Universal vermindert de kans op kalkuitbloeiingen, daardoor kan al na een afbindtijd van 7 dagen de Fassadenputz aangebracht worden.
Een tussen aanbrengen met PutzGrund 610.
Oude pleisterlagen
Reparatieplekken moet voldoende afgebonden en doorgedroogd zijn. Op grof poreuze, zuigende, licht zanderige pleisters resp. zuigende ondergronden een voorstrijklaag met OptiSilan TiefGrund en een tussenlaag met PutzGrund 610 aanbrengen.
Op sterk zanderige, poederende pleisters een impregneerlaag met Dupa Fix Grund en een tussenlaag met PutzGrund 610 aanbrengen.
Beton
Verontreiniging mechanisch of door middel van hogedruk waterstralen geheel verwijderen. Een grof poreus, licht zanderig en zuigend oppervlak voorstrijken met OptiGrund TiefGrund. Een zanderig oppervlak impregneren met Dupa Fix Grund en een tussenlaag met PutzGrund 610 aanbrengen.
Goed hechtende, matte dispersieverflagen
Op matte, zwak zuigende verflagen een grondlaag aanbrengen met PutzGrund 610. Verontreinigde, poederende verflagen reinigen door hogedruk waterstralen. Bij andere reinigingsmethodes (afwassen, afborstelen, afspoelen), een impregneerlaag met Dupa Fix Grund en een tussenlaag met PutzGrund 610 aanbrengen.
Goed hechtende silicaatverflagen
Met Sylitol®- of AmphiSilan-producten behandelen.
Verbruik
| Product | Structuur | Korrel (mm) | ca. verbruik (kg/m2) |
| Capatect ThermoSan® Fassadenputz NQG® | K15, Kratzputz-structuur | 1,5 | 1,7 - 1,9 |
| K20, Kratzputz-structuur | 2,0 | 2,2 - 2,4 | |
| K30, Kratzputz-structuur | 3,0 | 2,9 - 3,1 |
Bij "verbruik" worden gemiddelde hoeveelheden aangegeven. Verwerkingsverliezen zijn hierin niet meegenomen. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.
Verwerkingsomstandigheden
Tijdens verwerken en drogen mag de temperatuur van omgeving en ondergrond niet lager dan 5 °C en hoger dan 30 °C zijn.Niet verwerken in de directe zon, bij sterke wind, mist, hoge luchtvochtigheid of bij kans op regen of nachtvorst.
Bij slechte weersomstandigheden de nodige beschermende maatregelen treffen.
Droogtijd
Grondlagen moeten voldoende droog en hard zijn voordat verder gewerkt kan worden.
De droogtijd is afhankelijk van o.a. temperatuur, luchtvochtigheid, wind, zon en laagdikte.
In koele jaargetijden en bij een hoge luchtvochtigheid is de droogtijd langer.
De aangegeven droogtijd is bij 20° C en 65 % RLV en zijn ter oriëntatie. er mag pas verder gewerkt worden na volledige doordroging.
- oppervlakkig droog na ca. 24 uur
- doorgedroogt, te belasten en overschilderbaar na minstens 2 tot 3 dagen
Reinigen gereedschap
Gereedschap direct na het gebruik met water reinigen. Eventuele (plaatselijk) milieuvoorschriften in
acht nemen.
Voorbeeld machineuitrusting
Voor machinale verwerking contact opnemen met de accoundmanager van DAW Nederland in uw
regio.
Opmerkingen
Bij overgang vanuit het maaiveld moet een waterwerende en spatwaterdichte zonde worden aangebracht bijv. met SockelFlex of SockelFlex Carbon tot min. 5 cm boven het maaiveld.
Bij toepassing van een donkere kleur met een lage reflectiewaarde zijn speciale maatregelen noodzakelijk. Voor reflectiewaarde (HBW) tussen de 10 en 20 moet de sierpleister in gevelisolatiesystemen met polystyreen of minerale wol als isolatieplaat na droging worden geschilderd in ten minste twee lagen met de solar-reflecterende muurverf CoolProtect (TSR-waarde ≥ 25). Er moeten speciale maatregelen worden genomen op massieve muren met HBW < 30, door bijv. een extra wapeningslaag over het hele oppervlak aan te brengen.
Test vooraf de haalbaarheid van het toe te passen systeem.
Plaatselijk reparaties kunnen zichtbaar blijven. Dit is afhankelijk van o.a. de toe te passen kleur, glansgraad, laagdikte, soort ondergrond etc.
Op horizontale oppervlakken speciale beschermende maatregelen treffen.
Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)
Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.Bevat: 1,2-Benzisothiazol3(2H)-on, Octhilinon (ISO), 4,5-Dichlor-2-octyl-2H-isothiazol-3-on, gemengd product van 5-Chloor-2- methyl-2H-isothiazol-3-on en 2-Methyl-2H-isothiazol-3-on (3:1). Kan een allergische reactie veroorzaken.
Dit product is een behandeld voorwerp volgens EU-regelgeving 528/2012 (geen biocideproduct). Busconservering: CIT/MIT (3:1), BIT.
Filmbeschermers: OIT, DCOIT, Terbutryn.
EU-grenswaarde VOS volgens de richtlijn 2004/42/EG: max. 20 g/l VOS.
Bevat: polyvinylacetaathars, hybride bindmiddel (organo-silicaat / acrylaat), calciumcarbonaat, silicaat, titaanwit, minerale pigmenten en kleurstoffen, water, alifaten, additieven, conserveermiddel, filmbescherming.
Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.
Afval
Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.
Toelating
|
Overige opmerkingen
Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dittechnisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.
Servicecentrum
DAW NEDERLAND B.V.Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl
Kijk ook op www.dawnederland.nl


