
Capatect Klebe- und Armierungsmasse 133 LEICHT
Minerale poedermortel voor het lijmen van isolatieplaten en het aanbrengen van wapeningspleister in Capatect isolatiesystemen.
Toepassing
Minerale lichtgewichtmortel voor het verlijmen van isolatieplaten van EPS en minerale wol en aanbrengen van een wapeniningslaag in de Capatect-isolatiesystemen op minerale ondergronden.Eigenschappen
- laagdikte van 4 tot 11 mm
- met minerale lichtgewicht toeslagstoffen
- waterafstotend en weerbestendig
- hoog waterdampdoorlatend
- spanningsarm
- ook machinaal te verwerken
- blijft goed "staan", zakt nauwelijk in
- lange verwerkingstijd
- met toeslagstoffen voor een betere waterwering
- hecht uitstekend
Verpakking
Zak van 25 kgSilo
BigBag
Kleur
NaturelwitOpslag
Droog en tegen vocht beschermen.In originele gesloten verpakking 12 maanden houdbaar.
Technische eigenschappen
Lichtgewicht pleister (LW) volgens DIN EN 998-1Soortelijke massa
ρ ≈ 1,1 g/cm³Warmtegeleiding
λ10 dry,mat ≤ 0,25 W/(mK) voor P = 50 % volgens DIN EN 1745λ10 dry,mat ≤ 0,27 W/(mK) voor P= 90 % volgens DIN EN 1745
Diffusieweerstandsfactor µ (H2O)
μ ≤ 20 volgens DIN EN 1015-19Drukvastheid
Categorie CS II volgens DIN EN 998-11,5 N/mm2 - 5,0 N/mm2 volgens DIN EN 1015-18
Hechttreksterkte
fHZ ≥ 0,08 N/mm2 volgens DIN EN 1015-12Breukbeeld A, B of C
Brandreactie
Klasse A2-s1, d0 volgens DIN EN 13501 (onbrandbaar)Consistentie
PoedervormigMateriaalbasis
Mineraal bindmiddel volgens DIN EN 197-1 en DIN EN 459-1Kunstharsdispersiepoeder
Capillaire wateropname
Categorie WC2 volgens DIN EN 998-1C ≤ 0,20 kg/(m2·min0,5) volgens DIN EN 1015-18
Laagdikte
Wapeningslaag: 4 - 11 mmAanvullende producten
Capatect Gewebe 650Capatect Gewebe 666
Attentie
De aangegeven waardes zijn een gemiddelde en kunnen per charge, door gebruik van natuurlijke grondstoffen, iets afwijken.De algemene bouw- en verwerkingsvoorschriften voor toepassing bij gevelisolatie en VHF in acht nemen. Raadpleeg het betreffende Technisch Informatieblad of systeemblad.
Geschikte ondergronden
- Minerale ondergronden, vast pleisterwerk, goed hechtende en draagkrachtige verflagen en ondergronden geschikt voor het aanbrengen van gevelisoaltiesystemen
- Mineraal pleisterwerk vanaf CS II volgens DIN EN 998-1 (drukvastheid min. 1,5 N/mm2) of vanaf PIc volgens DIN 18550
- Toe te passen in gevelisolatiesystemen en herstelwerkzaamheden gevelisolatie
- Binnen en buiten toe te passen
De ondergrond moet draagkrachtig, glad, vlak, schoon, droog, vorstvrij en vrij zijn van stoffen die de hechting verminderen. De hechting van de lijm op een geschilderde ondergrond vooraf testen. De ondergrond moet voldoende draagkracht hebben voor het toepassen van dubels (pluggen).
Test vooraf of voldoende hechting kan worden verkregen op oude verflagen.
Voorbereiding van de ondergrond
Voor de voorbehandeling van de ondergrond raadpleeg het technisch informatieblad nr. 650 "Ondergronden en voorbehandelingen".De volgende informatie is als voorbeeld bedoeld. De pleister wordt aangebracht na de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden. Maak vooraf een proefvlak om de geschiktheid te testen.
Beschermende maatregelen:
Glas, keramiek, natuursteen, lakwerk, geëloxeerde oppervlakken etc. zorgvuldig afdekken. Resten van sierpleister direct verwijderen.
Reinigen / voorstrijken ondergrond:
Verontreiniging en andere stoffen die de hechting verminderen (bijv. ontkistingsmiddelen), mortelresten etc. grondig verwijderen. Slecht hechtende en bladderende verflagen en (sier)pleisterwerk verwijderen. Losse delen verwijderen en holtes openhakken en repareren. Sterk zuigende en zanderige oppervlakken tot op de vaste ondergrond schoonmaken en met een geschikt materiaal voorstrijken.
Oud mineraal pleisterwerk en beton:
Reparaties moeten voldoende droog en uitgehard zijn.
Ondergrond matig zuigend, glad: voorstrijken met CapaGrund Universal
Ondergrond grof poreus, zuigend, licht zanderig: voorstrijken met CapaTex Fix THIX of OptiSilan TiefGrund.
Ondergrond sterk zuigend en zanderig: voorstrijken met DupaFix Grund of OptiSilan TiefGrund.
Materiaalbereiding
- 25 kg materiaal (1 zak) in ca. 8 - 9 l water.
Na ca. 3-5 minuten nogmaals doorroeren. Indien noodzakelijk een weing water toevoegen. Afhankelijk van de weersomstandigheden niet meer materiaal aanmaken dan welke binnen 1,5 uur verwerkt kan worden.
Ingedikt materiaal niet weer opnieuw met water mengen.
Verbruik
Verlijmen van de isolatieplaatca. 3,0 – 5,0 kg/m2
Grondpleisterlaag
Per mm laagdikte ca. 1,1 kg/m2
(is ca. 5,5 kg/m2 bij 5,0 mm laagdikte)
Verbruik is afhankelijk van de structuur van de ondergrond. Nauwkeurig verbruik vaststellen door een proef op het object.
Verwerkingsomstandigheden
Minimaal 5 °C en maximaal 30 °C voor materiaal, omgeving en ondergrond tijdens verwerking en droogfase.Niet bij directe zonnestralen, bij harde wind, mist of hoge luchtvochtigheid verwerken.
Bij slechte weersomstandigheden de nodige beschermende maatregelen treffen.
Droogtijd
De droogtijd is een gemiddelde bij 20 °C en 60 % RLV is afhankelijk van temperatuur, luchtvochtigheid, wind, zon op het oppervlak en laagdikte. Bij een lage temperatuur en een hoge luchtvochtigheid is de droogtijd langer.Droogtijd na aanbrengen basispleister
- Afwerken met een minerale sierpleister: tot 5 mm laagdikte wapeningslaag min. 2 dagen, plus 1 dag per mm laagdikte
- Afwerken met een organische sierpleister: 1 dag per mm laagdikte wapeningspleister, maar altijd min. 5 dagen
Reinigen gereedschap
Na gebruik reinigen met water. Houdt rekening met plaatselijke en wettelijke voorschriften.Voorbeeld machineuitrusting
Voor het aanbrengen van de Capatect Klebe-und Armierungsmasse 133 Liecht met een spuitinstallatie informatie aanvragen bij de accountmanager van DAW Nederland te NijkerkVerlijmen van de isolatieplaat
- Handmatig of machinale verwerking is mogelijk
- De isolatieplaten in verband (minimaal 10 cm) en goed aangesloten aanbrengen
- Stoot- en lintvoegen moeten vrij blijven van lijm
- De voegen tussen de isolatieplaten niet afdichten met lijm
- Voegen ≤ 5 mm met speciaal (moeilijk brandbaar) voegenschuim afdichten
- Voegen > 5 mm met een gelijkwaardig isolatiemateriaal afdichten
- Op hoeken van gebouwen de isolatieplaten vertand aanbrengen
- De isolatieplaten uitgelijnd en loodrecht aanbrengen
- Onbehandelde minerale wol isolatieplaten bij verlijmen eerst voorspachtelen
- Beschadigde isolatieplaten niet verwerken
De lijm volgens de zogeheten ‘punt/worst’- methode (de rand en dotten in het midden) op het aanhechtingsvlak van de isolatieplaat aanbrengen.
- Het lijmcontact met het oppervlak moet ≥ 40 %.
Bij een ongelijkmatige ondergrond kan de lijm met een vertande spaan over het gehele plaatoppervlak worden aangebracht. De isolatieplaat met lijmlaag binnen 10 minuten op de ondergrond schuivend aanbrengen en goed aandrukken.
Minerale wol Lamellenplaten moeten ALTIJD over het gehele van lijm worden voorzien.
Machinale verlijming
De lijm machinaal in verticale worststroken op de ondegrond spuiten. De lijmstrook moet ca. 5 cm breed en in het midden minmaal 10 mm dik zijn. De afstand tussen de lijmstroken (vanuit het midden gerekend) mag niet meer zijn dan 10 cm. De isolatieplaat direct in de nog natte lijmlaag schuivend aanbrengen en goed aandrukken. Voorkom huidvorming van de lijmlaag.
- Polystyreen isolatieplaten - lijmcontact met het oppervlak ≥ 60 %
Wapeningslaag
- Dikte- en niveauverschillen en verweerde oppervlakken EPS door schuren egalisreren. Schuurstof verwijderen.
- Bij onbehandelde minerale wol-isolatieplaten de platen voorbehandelen met pleistermortel als druk-pleister.
- Om te zorgen voor een gelijkmatig oppervlak en om het isolatieoppervlak van minerale wolisolatieplaten te stabiliseren, raden we aan om eerst te egaliseren voordat de wapeningslaag wordt aangebracht. Breng eerst een laag wapeningsmortel aan tot een dikte van ca. 2 mm.
- Op hoeken van ramen, deuren etc. Capatect Diagonalarmierung of weefselstroken (ca. 25 x 25 cm) diagonaal in de wapeningslaag aanbrengen.
- Plaats pleisterstrips, hoekprofielen en profielen over de gehele lengte in de wapeningspleister en lijn deze uit. Bij gebruik van Capatect Gewebe Eckschutz het weefsel tot aan de rand aanbrengen.
- Breng de wapeningsmortel aan met een roestvrijstalen spaan of machinaal. Controleer de laagdikte met een geschikte vertande spaan. De laagdikte van de wapeningslaag moet gelijkmatig zijn.
- De Capatect Gewebe 650 over het gehele oppervlak zodanig aanbrengen dat deze bij laagdikte tot 4 mm in het midden en boven de 4 mm in het bovenste derde deel ligt.
- Het wapeningsweefsel 10 cm overlappend aanbrengen.
- Vervolgens de wapeningslaag nat in nat overpleisteren zodanig dat het wapeningsweefsel volledig is afgedekt.
Alternatief bij grotere laagdikte
De wapeningslaag met een roestvrijstalen spaan of machinaal in ca. 2/3 van de totale laagdikte aanbrengen. Controleer de totale laagdikte met vertande spaan. Weefselhoeklijsten en diagonaalweefsel in de nog mat-glanzende laag inbedden. Een tweede laag nat-in-nat in de gewenste laagdikte aanbrengen. De totale laag overhet gehele oppervlak zonder luchtporiën aanbrengen. Het wapeningsweefsel Capatect Gewebe in de nog natte laag inbedden en glad pleisteren.
Alternatieve laagdikte > 7 mm in twee lagen
Bij een laagdikte > 7 mm altijd twee lagen aanbrengen. De tweede laag moet dunner zijn dan de eerste laag. In de eerste laag de hoeklijsten aanbrengen. De eerste laag handmatig of machinaal aanbrengen in 2/3 van de totale laagdikte. De laag doorkammen met een vertande spaan en laten aandrogen. De weefselhoeklijsten en diagonaalweefsels in de eerste, nog natte wapeningslaag aanbrengen. Nadat de eerste laag is aangetrokken (laag mag niet hard zijn) een tweede laag wapeningspleister over het gehele oppervlak aanbrengen en het wapeningsweefsel Capatect Gewebe inbedden en glad pleisteren.
Let op!
Machinale verwerking van de Capatect Klebe- und Armierungsmasse 133 Leicht is mogelijk. Vraag in voorkomende gevallen een project gericht advies aan bij DAW Nederland te Nijkerk.
Bij toepassing van donkere kleuren met een lage lichtreflectie zijn speciale maatregelen noodzakelijk. Vraag altijd advies bij DAW Nederland te Nijkerk.
Op horizontale oppervlakken speciale beschermende maatregelen nemen.
Reflectiewaarde (HBW): Bij toepassing van een donkere kleur met een lage reflectiewaarde zijn speciale maatregelen noodzakelijk.
Test vooraf de haalbaarheid van het toe te passen systeem.
Op horizontale oppervlakken speciale beschermende maatregelen treffen.
Bevat: Witte cement, portland-cement, chemicaliën, calciumdihydroxide.
Inhoudstoffen: cement, calciumhydroxide, polyvinylacetaathars, silicaat, minerale pigmenten / vulstoffen, calciumcarbonaat, additieven.
EU-grenswaarde VOS volgens de richtlijn 2004/42/EU: Dit product bevat max. 1 % g/l VOS
Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.
Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl
Kijk ook op www.dawnederland.nl
Test vooraf de haalbaarheid van het toe te passen systeem.
Op horizontale oppervlakken speciale beschermende maatregelen treffen.
Veiligheidsvoorschriften (stand conform laatste uitgave)
Uitsluitend bedoeld voor professioneel gebruik.Bevat: Witte cement, portland-cement, chemicaliën, calciumdihydroxide.
Inhoudstoffen: cement, calciumhydroxide, polyvinylacetaathars, silicaat, minerale pigmenten / vulstoffen, calciumcarbonaat, additieven.
EU-grenswaarde VOS volgens de richtlijn 2004/42/EU: Dit product bevat max. 1 % g/l VOS
Voor actuele informatie raadpleeg het meest recente VeiligheidsInformatieBlad.
Afval
Inhoud / verpakking afvoeren volgens lokale regelgeving.Technisch advies
Alle in de praktijk voorkomende ondergronden en de behandeling daarvan kunnen niet in dit
technisch informatieblad worden opgenomen. Moeten ondergronden behandeld worden die niet in
deze TI worden vermeld, vraag dan een objectgericht advies aan. Wij adviseren u graag.
Toelating
|
Servicecentrum
DAW NEDERLAND B.V.Tel.: (+31) (0)33 247 50 00
Fax: (+31) (0)33 247 50 12
e-mail: info@dawnederland.nl
Kijk ook op www.dawnederland.nl